Nieuws

'Impact overstijgt het getal' - #1 Tomas Vanheste

Op 29 november organiseert de Sociale InnovatieFabriek haar jaarlijkse netwerkcongres New Ideals 2016 over maatschappelijke impact. Tine Hens ging voor ons alvast op pad en sprak met denkers en doeners over hun visie op sociale innovatie en maatschappelijke impact. In deze reeks een eerste gesprek met Tomas Vanheste, correspondent Europa tussen macht en verbeelding bij De Correspondent.



‘Impact overstijgt het getal.'

‘Telt dit nou op?’
‘Vormt dit samen een geheel?’
‘Zal dit leiden tot een omwenteling?’

Het zijn vragen die regelmatig door het hoofd van journalist Tomas Vanheste flitsten toen hij een jaar geleden een maand lang door Europa reisde. Samen met kunstenaar en theatermaker Lucas De Man (lees hier over de reis, het project en de theatervoorstelling) ontmoette hij op dertig dagen in zeventien steden tal van denkers, doeners, makers en visionairen die elk op hun manier experimenteren met nieuwe manieren van werken, ondernemen en samenleven. In een oude salamifabriek ontdekte hij een kunstenaarscollectief van vluchtelingen en verschoppelingen; in Stockholm zag hij fragmenten van een nieuwe wereld in wording en in Istanbul ontdekte hij hoe journalistiek vervelt tot activisme.

Thuis - Vanheste verdeelt als correspondent Europa voor het Nederlandse journalistieke platform De Correspondent zijn tijd tussen Gent, Brussel en Amsterdam - bleven de vragen door zijn hoofd zoemen.

‘Wat is de impact en de reikwijdte van de sociale innovatie die overal wel ergens de kop opsteekt?’

Bij wijze van inleiding op een gesprek over die mogelijke impact, lopen we op een dinsdag in mei een van de tentoonstellingsruimtes van Bozar binnen. Onder de noemer Next Generation Please hebben jongeren er hun ideeën over wat Europa vandaag betekent samengebracht. Van een aangespoelde schoen is een dagboek gemaakt. Er staat een overlevingskit voor de aangespoelde mens. En er is een video, geprojecteerd op twee schermen, van een ontmoeting tussen de 28 nationaliteiten van de Europese Unie op de Hongaarse grens. 28 jongeren zitten op klapstoelen in een kring, met op de achtergrond het ijzeren hek dat sinds de winter van 2015 de buitengrens van Europa markeert. Als de sterren op de Europese vlag vertegenwoordigen ze elk een land en laat nu net dat de grote struikelsteen zijn: waar staat die identiteit voor? Europa lijkt vooral een worsteling, een vraagteken en een rekenmachine waarin economische belangen de doorslag geven. In plaats van een blik op een samenleving in transitie, confronteren de jongeren de toeschouwer met de systeemfouten. Ze detecteren problemen en twijfelen eraan of er nog wel tijd zal zijn om oplossingen te bedenken.

‘Over Europa kan je op dit moment enkel somber zijn’, meent ook Vanheste. ‘Als je het Europese verdrag leest, dan denk je: wat een prachtig instituut. Het gaat over mensenrechten, over democratie, over een sociale markteconomie. Maar de deal met Turkije is het ultieme voorbeeld van hoe we onze eigen waarden verdrinken in angst voor een vloedgolf. Europa zou een sprong vooruit moeten maken, naar een volwaardige, federale democratie. Dat is op dit moment een erg utopische gedachte.’

"Als we impact willen meten, focussen we ons vaak op getallen. Ik weet niet of dat klopt."

De moeilijkheid van grootschalige verandering is dat hij meestal klein begint’, zal Vanheste even later bij een koffie vaststellen. ‘Als we impact willen meten, focussen we ons vaak op getallen. Iets waar niet voldoende mensen bij betrokken zijn, lijkt dan niet te deugen. Ik weet niet of dat klopt.’ Hij verwijst naar een uitspraak van Dougald Hine en over het Dark Mountain Project, een jonge denker die hij op een Europees Idea Camp aan de rand van Stockholm ontmoette en over de organisatie European Cultural Foundation. In oktober 2015 kwamen er vijftig jonge, Europese ideeënmakers samen om af te tasten hoe ze de stad en het land uit de greep van markt en staat kunnen loswrikken.

Hine vertelde Vanheste over de ijstijd en hoe dat gigantische ijsoppervlak dat de aarde toedekte niet in een keer wegsmolt, maar langzaam werd aangevreten door microklimaatjes die her en der in geïsoleerde en beschutte gebieden opschoten. Vanuit die kleine eilanden van groen kwam de grote omslag. ‘Ik moet bekennen dat ik niet nagekeken heb of het klimatologisch klopt, maar het is een mooi droombeeld. Als we met z’n allen lokaal met interessante zaken bezig zijn, dan kan dat op een bepaald moment voor een omslag zorgen.’

Blijft de vraag: wanneer en hoe. Wat bepaalt het tempo en ritme van die omslag?

Vanheste zet zijn kopje neer. ‘Ik denk daar redelijk klassiek over. Het zal altijd een combinatie zijn van initiatieven die mensen zelf nemen en van een overheid die positie kiest. Het volstaat niet om fijne projecten op te starten, je zult ook anderen moeten begeesteren en inspireren om anders te gaan stemmen. Het goede nieuws is dat politieke overtuigingen nooit eerder zo veranderlijk zijn geweest. Vroeger zwoeren mensen bijna trouw aan hun partij en hun zuil, nu wordt er al eens ideologisch van plaats gewisseld. Sommigen vinden dat vreselijk, maar volgens mij schept dat vooral ruimte en de mogelijkheid voor een snelle omslag. Waar, hoe en wanneer dat gebeurt, is afhankelijk van hoe mensen op het straat- en wijkniveau met elkaar praten, van inspirerend gedachtengoed en van bijzonder leiderschap.’

"Waar, hoe en wanneer de ommeslag gebeurt, is afhankelijk van hoe mensen op het straat- en wijkniveau met elkaar praten, van inspirerend gedachtengoed en van bijzonder leiderschap."

‘Dirk Holemans werkt op dit moment een boek af, Vrijheid en Zekerheid, waarin hij precies deze grote vraag tegen het licht houdt. Hoe kom je tot een versnelling? Hoe vergroot je impact en draagvlak? Als je het alleen aan de samenleving overlaat, dan eindig je bij de kille participatiesamenleving waar de overheid zich heeft weggetrokken en waarin de burger het zelf moet doen. De overheid heeft een sleutelrol: ze moet mensen de kans geven om lokale gemeenschappen te vormen rond verschillende thema’s.’

Over de tafel in de koffiebar schuift hij een boek naar me toe. ‘Samen’ is de Nederlandse vertaling van ‘Together’ van de Brits-Amerikaanse socioloog Richard Sennett. ‘Een essentieel boek’, noemt Vanheste het. Sennet wijst erin op het belang van eenvoudigweg samen dingen te doen, in plaats van inhoudelijke discussies op het scherpst van de snede te voeren. Of zelfs nog elementairder: in dezelfde ruimte vertoeven. Vanheste wijst om zich heen. ‘We leven de facto in een gesegregeerde maatschappij. Cafés zijn doelgroepcafés, op sociale media discussiëren we vooral met mensen die het met ons eens zijn en op school bepaalt je afkomst in welke richting je belandt. De ruimte waarin je mensen ontmoet die anders denken, anders leven of van een andere sociale klasse zijn, wordt steeds kleiner. In veel landen heeft een neoliberaal beleid gewoed waarbij openbare ruimte geprivatiseerd is. Publieke plekken waar mensen gewoon met elkaar vertoeven en niet noodzakelijk standpunten tot op het bot uitvechten zijn belangrijke bouwstenen van een democratie. We mogen dat niet verloren laten gaan. Daarom dat sociale innovatie heel vaak inzet op dat collectieve, op samen dingen doen.’

Het klinkt prachtig, maar ook een beetje naïef?

Vanheste: ‘Het is naïef als je het romantiseert en idealiseert. Een mooi voorbeeld is Metropoliz in Rome (filmpje). In een oude salamifabriek wonen tweehonderd mensen. Vluchtelingen, mensen zonder wettelijke verblijfsvergunning, arme Romeinen die de huurprijzen in de stad niet meer kunnen betalen. Ze proberen samen een basisdemocratie te vormen. Alles wordt collectief besloten. Niet door stemming en de opgestoken handen te tellen, wel door zo lang te praten tot ze eruit zijn. Die vergaderingen duren eindeloos, zijn niet altijd een schoolvoorbeeld van harmonie en ook daar zijn bepaalde mensen dominant. Maar ze hebben wel technieken ontwikkeld om dat te voorkomen. Iedereen krijgt de mogelijkheid om te spreken, er wordt naar iedereen geluisterd. Dit heeft niets te maken met een vrolijk hippieparadijs van de liefde. Integendeel. Het leven is er hard en precair, maar het is een belangrijk experiment. Het boeiende is: ze zetten kunst in als pasmunt tegen de vermarkting van het gebouw waarin ze wonen. Wie het gebouw sloopt om er dure appartementen te bouwen, vernielt de kunst die er overal tentoongesteld wordt en die ondertussen vergroeid is met het gebouw. Metropoliz is een levend museum.’

"Metropoliz heeft niets te maken met een vrolijk hippieparadijs van de liefde. Integendeel."

Met de Correspondent willen jullie op een andere manier aan journalistiek doen. Jullie leven niet van reclame-inkomsten, wat het gangbare model is, maar werken met abonnementen en lidmaatschap.

Vanheste: ‘Twee zaken die we bij de Correspondent doen, sluiten aan bij dat idee van ‘samen’. We beschouwen onze lezers als meedenkers. Het belangrijkste van onze site is dat we een forum voor ideeënontwikkeling zijn. Leden kunnen hun expertise aandragen, in debat gaan. ‘Dat kan toch op iedere nieuwssite’, hoor ik je vast denken. Dat klopt, maar gemiddeld genomen wordt er minder gescholden in reacties op bijdragen en leer ik vaker wel dan niet bij van het gesprek dat plaatsvindt. Ten tweede proberen we heel bewust een gemeenschap te vormen. De betrokkenheid van onze lezers is vrij groot.’

Misschien omdat jullie lezers vooral blank en hoog opgeleid zijn en ook wel tot eenzelfde kring behoren?

Vanheste: ‘We kunnen nog niet de pretentie hebben dat we erin slagen bruggen te slaan tussen verschillende gemeenschappen, dat is een absoluut een pijnpunt. We zijn er bewust mee bezig de diversiteit op de redactie te vergroten. Wat ik een interessante vaststelling vind in dat proces is dat het eenvoudiger is de etnisch-culturele mix te verbeteren dan de sociale. Het woord diplomademocratie is niet voor niets uitgevonden.’

Moet journalistiek de maatschappelijke verandering mee vormgeven?

Vanheste: ‘Bij de Correspondent hebben we ons bekend tot de constructieve journalistiek. Daar is behoorlijk wat kritiek op en ik moet eerlijk zeggen dat ik er zelf ook gemengde gevoelens over heb. Het is belangrijker dan ooit om kritische verhalen te schrijven over hoe de macht werkt. De hoofdtaak van de journalistiek blijft om die macht te controleren. Dat kan leiden tot negatieve, cynische verhalen en tot doemdenkerij. Die hebben absoluut bestaansrecht. Ik vind niet dat elk journalistiek verhaal de opdracht heeft om alternatieven aan te reiken voor wat aangeklaagd wordt. Constructieve journalistiek is geen permanente plicht, maar wel een manier van journalistiek bedrijven waarvan ik de waarde inzie. We willen ook samen met de lezer op zoek gaan naar aanknopingspunten voor verandering. Onze ambitie is verder te kijken dan de krantenkoppen vol slecht nieuws en voorbij de waan van de dag te zoeken naar de patronen in de werkelijkheid en hoe we daar met nieuwe ideeën en perspectieven aan kunnen morrelen.’

"Onze ambitie is [om] te zoeken naar de patronen in de werkelijkheid en hoe we daar met nieuwe ideeën en perspectieven aan kunnen morrelen."

Maken jullie werkelijk een verschil?

Vanheste: ‘Maakt Metropoliz in Rome een verschil? Aan de ene kant is het niet meer dan een druppel op een hete plaat, aan de andere kant is het iets ongelooflijk moois omdat het een inspirerend voorbeeld is voor heel veel mensen. Ze tonen in de praktijk aan hoe mensen in moeilijke omstandigheden in miniatuur een nieuwe samenleving kunnen vormen. Dat is enorm betekenisvol en nauwelijks te overschatten. Het is te veel eer om de Correspondent daarmee te vergelijken, maar ik doe het toch. We hebben vijftigduizend leden, dat is een mooi aantal. Bereiken we de gemiddelde Nederlander? Nog niet. We maken wel waardevolle journalistiek die mensen anders naar de werkelijkheid doet kijken en die ideeën geeft over hoe het anders kan.’

Soms lijkt het wel alsof we niet geloven dat dat werkelijk zo is, dat het anders kan.

Vanheste: ‘We focussen nogal graag op wat niet werkt of niet gelukt is. Het hoort bij de afrekencultuur waarin we leven. Neem bijvoorbeeld een debat op Facebook of Twitter. Elkaar aftroeven op het scherpst van de snee is er belangrijker dan bedachtzaam inhoudelijke argumenten formuleren. Dat weerspiegelt zich in de publieke ruimte. Je mag ook niet vergeten dat niets zo maar verandert. Het al met strijd gepaard gaan en het zal niet altijd lukken. Je moet het ook de tijd geven. Bovendien: er is een bijna tastbare tegenstrijdigheid tussen wat mensen diep van binnen willen en wat ze uiteindelijk doen.’

"We focussen nogal graag op wat niet werkt of niet gelukt is. Het hoort bij de afrekencultuur waarin we leven.  Je mag ook niet vergeten dat niets zo maar verandert. Het al met strijd gepaard gaan en het zal niet altijd lukken."

Hoe bedoel je?

Vanheste: ‘We besteden buitengewoon veel tijd en aandacht aan onze carrière, onze materiële welstand, maar uiteindelijk verlangt iedereen naar het goede leven. De vraag is, en dan komen we opnieuw uit bij het uitgangspunt, hoe mobiliseer je voor iets waarvan iederen droomt? Ik ben er oprecht van overtuigd dat het verlangen naar een meer vriendelijke en ontspannen samenleving, die het leven niet reduceert tot een concurrentiestrijd, breed gedeeld is en dat het van links over rechts mensen verenigt. Weet je, twintig jaar geleden bezocht ik in het Caermersklooster in Gent een tentoonstelling over de sociaal-democratie in de jaren twintig van de vorige eeuw. De foto’s en beelden die ik daar zag, zijn me altijd bijgebleven. Politieke partijen waren toen oorden waar mensen op vakantie of op kamp gingen, het waren sociale gemeenschappen. Daar zijn al die kleine initiatieven overal ter wereld mee bezig: de herontdekking van het collectieve. We kunnen niet meer terug naar hoe het was, dat is ook niet wenselijk, maar het verleden is wel een inspiratiebron. Ooit was politiek intens verbonden met gemeenschapsvorming. Dat zijn we vergeten.’


Op 29 november organiseert de Sociale InnovatieFabriek haar jaarlijkse netwerkcongres. New Ideals 2016 gaat over maatschappelijke impact. Hoe creeëren sociale innovatie en sociaal ondernemerschap impact waar iedereen bij wint? Voor wie is de impact? Hoe meet je die veranderingen? Wat doe je er mee? Welke tool kan je gebruiken? Hoe kan sociale innovatie haar impact vergroten en zo het nieuwe normaal worden?