Nieuws

'Business as usual zit in doodlopende straat'- #4 Thomas Leysen

Ongewone tijden vragen buitengewone initiatieven en dus is het volgens ondernemer Thomas Leysen hoog tijd om ongewone coalities te smeden. ‘We staan als maatschappij voor de immense uitdaging onze samenleving en onze economie te verduurzamen. Dat is een complexe transformatie waar we met z’n allen – overheid, bedrijven, burgers – samen aan moeten werken. Er bestaat geen mirakeloplossing.’ Zijn recept voor schaalvergroting? ‘Slimme samenwerkingen.’

Vanuit zijn bureau op de achtste verdieping in het KBC-gebouw in Brussel heeft hij een rechtstreeks uitzicht over de Kanaalzone. Het is de broeierige plek waar zich de komende jaren een nieuw, stedelijk, economisch weefsel moet vertakken. Er is het Plan Canal dat inzet op groen, wonen en werken. Maar ook nu al borrelt het rond het kanaal. In de schaduw van de vergane glorie van bedrijven, hebben zich kleine, jonge ondernemingen gevestigd die vaak resoluut gaan voor een sociale en ecologische economie. Alles circulair, is een van de codewoorden, anders gezegd: uw afval is onze grondstof.

Met oud brood dat in supermarkten wordt opgehaald brouwt het Brussels Beer Project bier. In de kelders van Tour & Taxis kweekt PermaFungi oesterzwammen op het koffiegruis dat ze bij de verschillende Exki’s in de hoofdstad verzamelen. Niet met de auto of bestelwagen, wel met de fiets. Voor het onderhoud van die fietsen werken ze samen met een ander kleinschalig bedrijf dat zich op een steenworp van het Brusselse kanaal bevindt: Cyclo.

Het is voorafspiegeling van een nieuw economisch model: samenwerking tussen lokale ondernemingen, waarbij de ene zijn restproduct de grondstof van de andere vormt. ‘De transitie is bezig’, meent Leysen. Hij neemt daarbij zijn eigen kinderen graag als graadmeter, zoals dochter Alexia die Dagen zonder vlees lanceerde. ‘Ik ben geen visionair’, benadrukt hij. Maar we zien dat de nieuwe generatie in het Westen een andere verhouding heeft tegenover pakweg de auto. Dat is een eerste, belangrijke verschuiving. Ik denk dat als de auto kan evolueren naar de autonome auto – wat vandaag toch minder science fiction is dan vijf jaar geleden – dan krijg je een andere, betere mobiliteit want dan heb je gewoon minder auto’s nodig. Wat geldt voor mobiliteit, geldt voor alle veranderingen die nodig zijn: veel zal afhangen van technologische doorbraken en mentale evoluties.’

"In het nieuwe economische model, is afval van de ene onderneming de grondstof voor de andere."

Acht hoog vertroebelen de wolken die het gebouw als een grijze herfstjas omwikkelen het zicht op het gonzende leven op de begane grond. Maar Leysen weet heel goed wat er onder zijn bureau allemaal beweegt. Die veelheid aan kleine ondernemingen is volgens hem een onmisbare en essentiële schakel in de transformatie van onze volledige economie. ‘Enerzijds omdat alle kleine beetjes helpen’, meent hij. ‘Anderzijds ook – en vooral – omdat ze voortrekkers zijn. Het zijn pioniers die de politiek, de burger, de grotere, meer klassieke bedrijven kunnen inspireren en meetrekken.’

Niet voor niets ontving PermaFunghi in mei de Sustainable Partnership Award van The Shift, het duurzaamheidsnetwerk tussen bedrijven, universiteiten en ngo’s dat Leysen in de aanloop naar de klimaattop in Parijs in december 2015 mee oprichtte. The Shift wil partijen die in het verleden tegenover elkaar stonden met elkaar te verbinden om de krijtlijnen van de economie duurzaam te hertekenen. ‘Als we dit echt menen, als we dit echt belangrijk vinden, dan hebben we geen andere optie dan samenwerken.’

Een makkelijke kritiek op bedrijven die zich engageren, is dat ze duurzaamheid gebruiken als windowdressing. Goed voor de marketing?

Leysen: ‘Dat risico bestaat en ik zal niet beweren dat er bedrijven zijn die duurzaamheid minder intens in hun strategie integreren en het eerder als een marketingtool benaderen, maar ik heb daar twee belangrijke bedenkingen bij. Ten eerste: als het werkelijk oppervlakkig is, dan zal dat snel doorprikt worden en zal het contraproductief werken voor de onderneming. Ten tweede: ik ben er persoonlijk van overtuigd dat als je duurzaamheid tot strategie maakt, je bedrijf daar vooral voordelen uit haalt. Op korte termijn betekent dat absoluut veel inspanningen, je mist hoogstwaarschijnlijk opportuniteiten die je snel geld zouden opleveren, het vergt investeringen die niet onmiddellijk renderen. Als je daar evenwel op doordenkt, de problemen en tegenwerpingen anticipeert en ook de andere mogelijkheden ziet, dan biedt die hele omschakeling bedrijfsmatig en maatschappelijk enkel voordelen. Kijk naar bijvoorbeeld Umicore. Twintig jaar geleden was dat een bedrijf met een slechte naam, het stond gelijk aan vervuiling, aan ouderwets. Nu is het een bedrijf dat pioniert in de circulaire economie. Dat is een proces dat niet van vandaag op morgen is gebeurd, daar is een visie voor nodig, overtuigingskracht ook, want niet iedereen is onmiddellijk even enthousiast over de plannen die je hebt. Het is een kwestie van volhouden. Ik ben altijd geïnspireerd geweest door een citaat van Bill Gates: ‘You always overestimate how much you can change in a year, but you always underestimate what you can change in ten years.’

"Als de top van een bedrijf de switch maakt, is veel mogelijk"

Wat ik leerde uit de interviews die ik tot nu deed, is dat de tijd dringt. Klimaatverandering wacht niet tot wij beslist hebben om onze economie te hertekenen.

Leysen: ‘De omvang van de transformatie die nodig is, is heel groot. Zeker het geleidelijk afbouwen van fossiele energie, wat toch een doorslaggevende factor is. En ja, het gaat allemaal trager dan wenselijk zou zijn. In Parijs is er een globaal kader (lees hier een kritische analyse van het klimaatakkoord) afgesproken om broeikasgassen terug te dringen, het is het best mogelijke kader dat we konden bereiken, maar we weten allemaal dat we er met dat kader niet zullen geraken. Het is niet voldoende. Maar dat stemt me niet pessimistisch. Het komt erop aan het momentum vast te houden. Op sommige vlakken zal de verandering sneller doorzetten dan verwacht. Ik denk aan duurzame energie. Op andere vlakken zal het moeizamer gaan. Om opnieuw naar mijn ervaring bij Umicore te verwijzen: als de top van een bedrijf de switch maakt, is veel mogelijk. Op korte termijn zal het makkelijker zijn om business as usual te blijven doen, maar op lange termijn kom je met je business as usual in een doodlopende straat terecht. Wie nu niet mee verandert, loopt het risico irrelevant te worden. Daarom maken we nu bij KBC ook die oefening. Wat betekent het duurzaamheidsdenken voor een financiële instelling? Hoe ga je duurzaam met geld om?’

Het is een sleutelkwestie: hoe zorg je dat geld gebruikt wordt om te investeren in een reële economie en niet om te speculeren en enkel virtuele en cijfermatige winst te boeken?

Leysen: ‘Ook hier geldt: laat de lange termijn primeren op de korte. Het klinkt logisch, maar het is een fundamentele omslag. Het gaat erom het belang van de klant centraal te stellen en niet naar een klant te kijken als iemand die je vooral snel geld moet opbrengen. Hoe kan je een klant twintig, dertig jaar bij jou houden en tevreden houden? Het wordt tijd dat banken nadenken over wat hun rol is in de maatschappij, wat ze financieren en wat niet.’

In september maakten jullie bekend dat jullie de financiering van steenkool en grootschalige biomassa stopzetten - behalve in Tsjechië. Maar wereldwijd vraagt de Divestment-beweging om de financiering van alle fossiele energie te staken. Hoe staat u daar tegenover?

Leysen: ‘Ik vrees dat het niet het meest adequate middel is. Het is niet omdat de aandelen van Exxon met twintig procent zakken dat er minder olie wordt opgepompt. Je zult eerst op de vraag moeten werken in plaats van het aanbod aan te pakken. Op korte termijn kunnen we ook niet zonder olie, dat zou bijna onverantwoord zijn. Steenkool moet er als eerste uit. Van olie en gas moeten we de vraagcurve doen dalen. Omdat die noodzakelijke ommekeer zo gigantisch is, ben ik bijvoorbeeld niet tegen het voorlopig verder gebruiken van nucleaire energie. Nieuwe kerncentrales zullen we niet meer bouwen, dat is duidelijk, maar als we er zeker van kunnen zijn dat de huidige centrales veilig uitgebaat worden, mogen we deze CO2-arme energiebron niet vroegtijdig uitschakelen. Iedereen weet, denk ik toch, dat we de overgang naar hernieuwbaar moeten maken. Je moet zorgen voor een koolstoftaks, zo maak je de fossiele brandstoffen duurder. Maar wie nu kerncentrales sluit, doet het verbruik van kolen en gas stijgen.’

Kernenergie is natuurlijk geen ‘schone energiebron.’ Als we wetenschappelijk eerlijk zijn kunnen we niet met honderd procent zekerheid zeggen dat we het geproduceerde afval duizenden jaren veilig kunnen opslaan.

Leysen: ‘Dat is absoluut een relevant argument tegen kernenergie. Maar dat afvalprobleem hebben we al. Het verdwijnt niet door kerncentrales te sluiten zonder dat je een hernieuwbaar alternatief hebt. Als we het erover eens zijn dat klimaatopwarming en CO2-uitstoot de belangrijkste problemen zijn, dan is die afvalberg die er toch al is voor mij een minder kwaad dan zeggen: we sluiten ze en daardoor verbranden we meer fossiele brandstoffen.’

Sociale innovatie gaat niet alleen over nieuwe praktijken, ook over de democratisering van de economie, waarbij maatschappelijk belang primeert boven financiële winst. Hoe kijkt u daarnaar?

Leysen: ‘Het coöperatieve is een vorm met toekomst. KBC heeft coöperatieve wortels en Cera, onze grootste aandeelhouder, heeft maar liefst vierhonderdduizend coöperanten. Dat maakt dat we diep geworteld zijn in dit land. Het is een fundament dat ons geholpen heeft tijdens de crisisjaren. Aan de andere kant: voor belangrijke investeringen heb je nog altijd aanzienlijk kapitaal nodig en dan bots je soms op de grens van het coöperatieve model.’

"Mijn grote verwijt aan politici is dat die niet meer in staat lijken een visie te ontwikkelen op de toekomst."

Tenzij we groei anders definiëren? Zowel economische groei als die van een onderneming. In Zwitserland bestaat er bijvoorbeeld de ‘wir’, een munt die kleine ondernemingen gebruiken om het onderlinge betalingsverkeer te regelen. Zijn dat geen voorbeelden van andere vormen van investeren en groei?

Leysen: ‘Als je de consumptiegrafieken in het Westen bekijkt, dan weet je dat de omslag bezig is. We hebben een zeker niveau bereikt waarbij mensen beginnen nadenken over de aard van hun consumptie. Dat stelt onze maatschappij voor uiteenlopende uitdagingen. Onze sociale zekerheid, ons fiscaal systeem: ze zijn allebei gebaseerd op een groeieconomie. Hoe organiseer je beiden met minder groei? Anderzijds kan je de materiële groei die we hier gekend hebben andere delen van de wereld niet ontzeggen. Dat komt erop neer dat je nog economische groei nodig hebt, alleen op een andere manier georganiseerd. En daarvoor is die circulaire economie zo essentieel. Dat moet het nieuwe normaal worden. Groei kan je uiteindelijk ook circulair definiëren.’

Hoe zorg je ervoor dat het duurzaamheidsverhaal niet opnieuw een verhaal van winnaars en verliezers wordt? Hoe krijg je mensen mee die op dit moment – en dat zien we in de VS en Europa – de hoop op beterschap verloren zijn en dan maar voor de makkelijke oplossing van het populisme kiezen?

Leysen: ‘Hoe kan je economische en maatschappelijke dynamiek combineren met het in de hand houden van ongelijkheid? Ook dat is een deel van de uitdaging. Het is belangrijk dat we dat probleem erkennen en dat we politiek werken aan oplossingen. Mijn grote verwijt aan politici is dat die niet meer in staat lijken een visie te ontwikkelen op de toekomst. Ik hoor daarentegen een permanent geklaag over wat er niet lukt en dat het niet lukt lijkt dan weer altijd de schuld van iemand anders. Van Europa, of van de andere bestuursniveaus in dit land, van Brussel. Iedereen schuift de verantwoordelijkheid van zich af. Als we echt vooruit willen, als we de noodzakelijke, duurzame verandering willen realiseren, dan zullen we dat zwartepieten moeten overstijgen. Niet door de problemen weg te moffelen, maar wel om duidelijk te zeggen: dit zijn de uitdagen, daar gaan we aan werken, dat is onze verantwoordelijkheid. Nu, en in de toekomst. Als we geleidelijk aan zo’n discours weer kunnen opbouwen, het ‘Yes, we can’ van Obama – met de wetenschap dat het geen zekere weg naar succes is – dan zullen we ons als maatschappij ook sterker voelen. En dat zal nodig zijn. De uitdaging is groot, maar niet onmogelijk. Nog niet.'


Tine Hens interviewt sleutelfiguren over maatschappelijke impact en sociale innovatie. Op 29 november organiseert de Sociale InnovatieFabriek haar jaarlijkse netwerkcongres. New Ideals 2016 gaat over maatschappelijke impact. Hoe creeëren sociale innovatie en sociaal ondernemerschap impact waar iedereen bij wint? Voor wie is de impact? Hoe meet je die veranderingen? Wat doe je er mee? Welke tool kan je gebruiken? Hoe kan sociale innovatie haar impact vergroten en zo het nieuwe normaal worden?